• Kinderfysiotherapie

    Hoe kun je een sportblessure bij jouw kind voorkomen?

    Je kunt kinderen niet vergelijken met volwassenen als het gaat om een sportblessure. Daarnaast kun je kinderen zelf ook niet met elkaar vergelijken. Hoe ouder kinderen worden, des te meer neemt het lichaamsgewicht en lengte toe. Dit gaat alleen niet bij elk kind even snel of evenredig. Er zijn perioden van stilstand en van groeispurt. Als jouw kind in een groeispurt zit, loopt hij meer risico op een sportblessure. Het is belangrijk bij een teamsport om begeleidt en getraind te worden door een coach die hiervoor is opgeleid. De coach kan namelijk een juiste team samenstellen. Hierbij kan erop gelet worden dat de kinderen met elkaar matchen op het gebied van hun ontwikkelingsfase en prestatieniveau.

    Vooral als de training te snel wordt opgebouwd in intensiteit, kan dit leiden tot een sportblessure. Het is belangrijk dat er voor de training een warming-up wordt uitgevoerd. De spieren worden hierdoor goed warm en bereiden zich voor op de inspanning die gaat komen tijdens het trainingsgedeelte. De coach kan tijdens de warming-up sport specifieke bewegingen doen in een matige intensiteit. Een cooling-down op het einde is natuurlijk ook erg belangrijk om de spieren weer af te laten koelen!

    Warming up sporten bij kinderen om een sportblessure te voorkomen.
    Een goede warming-up en cooling down is erg belangrijk voor de spieren!

    Daarnaast is het belangrijk dat de coach variatie brengt in zijn trainingen. Als een kind telkens dezelfde sportoefeningen moet herhalen, dan kan het kind eerder een blessure oplopen. Dit kun je vergelijken met hardlopen op een atletiekbaan waarbij je telkens hetzelfde rondje loopt in dezelfde richting. Indien je hierin niet varieert, dan zal telkens 1 zijde van je lichaam belast worden en kan je sneller een blessure oplopen.

    Tijdens de groeispurt groeien de lange beenderen (botten) snel en zijn de spieren relatief kort. Spieren en pezen lopen wat achter in de groei ten opzichte van de snelheid van de botten. Indien jouw kind op een sport zit waarbij er intensief wordt gerend of gesprongen, dan is het belangrijk om tijdens de warming-up de beenspieren op te rekken. Vraag aan de coach of hij dit mee kan nemen in zijn training, zodat kinderen ook niet zo snel gaan uitvallen. Het zou jammer zijn als het team geen wedstrijden meer kan spelen aangezien er meerdere kinderen uitvallen door een sportblessure!

    Zorg er ook voor dat jouw kind over goed schoeisel beschikt. Kinderen groeien nu eenmaal snel, dus controleer regelmatig of de schoenen nog goed zitten en of de zolen nog voldoende demping hebben. Bij de aankoop van nieuwe sportschoenen moet je goed controleren of de schoen voldoende stabiliteit en steun geeft.

    Sporten na een tijd rust te hebben genomen of na een vakantieperiode vraagt om een goede en rustige opbouw van de training. De coach speelt hierbij weer een belangrijke rol. De conditie kan in zo’n periode flink achteruit zijn gegaan, zeker ook als kinderen minder hebben bewogen. Probeer als ouder jouw kind te blijven motiveren om tijdens vakantie periodes in beweging te blijven. Desondanks blijft het belangrijk om ook dan de training rustig op te bouwen, aangezien dit meestal veel intensiever is. Kinderen zijn meestal niet uit zichzelf af te remmen, dus dat is de taak van de coach om dit goed in de gaten te houden.

    Hoeveel bewegen is eigenlijk genoeg? – Voor kinderen geldt een andere beweegnorm dan voor volwassenen. Voor jou als volwassene wordt aangeraden om minimaal 5 dagen in de week een half uur matig-intensief . Hierbij kun je denken aan wandelen, fietsen of zwemmen. Jouw kind kan het beste elke dag een uur matig-intensief bewegen (buiten spelen). Daarnaast wordt minimaal twee keer in de week sporten aanbevolen, waarbij de conditie en kracht verbeterd.

    Lees meer