Plagiocephalometrie

Veel baby’s hebben een voorkeur om tijdens het liggen op de rug hun hoofd naar links of rechts te draaien. Hierdoor wordt er op een kant van het hoofdje meer druk uitgeoefend dan op de andere kant van het hoofdje. Doordat de schedel van een baby nog zacht en daardoor vervormbaar is, kan de schedel aan de voorkeurskant platter worden.

Het is mogelijk om de mate van de afplatting van het hoofdje te meten en uit te drukken in een getal. Er wordt een bandje gelegd om het breedste gedeelte van het hoofd. Dit bandje wordt eerst warm gemaakt, zodat het soepel wordt. Wanneer het bandje afgekoeld is, is het daarna niet meer buigzaam. De vorm van het hoofdje blijft dus goed zichtbaar en kan daarna objectief gemeten en berekend worden.

Met behulp van deze meting (plagiocephalometrie) kan de ernst van de afplatting vastgesteld worden. Ook vooruitgang of eventuele achteruitgang kan door meting worden vastgelegd.

Wanneer is het zinvol om te meten?

Zodra je merkt dat je baby een voorkeurshouding ontwikkelt is het zinvol dit te melden bij jouw arts of op het consultatiebureau. Zij kunnen je adviezen geven die kunnen helpen de voorkeurshouding te doorbreken. Als de voorkeurshouding niet te doorbreken is of als de adviezen niet helpen, is kinderfysiotherapeutische behandeling zinvol.

Meting van de afplatting is zinvol bij aanvang van de kinderfysiotherapie. Vervolgmeting wordt uitgevoerd om het effect van de behandeling te evalueren.

Als kinderfysiotherapeut ben ik in het bezit van het certificaat EKWIP en ben ik bevoegd deze metingen te verrichten.

 

Maak een afspraak